Starters en robots

Een beschouwing door Robbert Coenmans over automatisering en de arbeidsmarkt

Startersfuncties, werkervaringsplekken en robots

De standaardwijsheid lijkt te zijn dat jongeren zich wel gaan redden in een maatschappij waar bijna al het werk geautomatiseerd is. De laatste generatie die zich meldt op de arbeidsmarkt bestaat immers uit ‘digital natives’; jongeren die zijn opgegroeid met een smartphone in de ene hand en een tablet in de andere. Dat geloof ik dus niet. Ik denk namelijk dat jongeren, of in ieder geval starters, het heel zwaar kunnen gaan krijgen op de arbeidsmarkt.

Het wetenschappelijk onderzoek dat tot dusver is gedaan richt zich – verbazingwekkend genoeg – niet of nauwelijks op hoe robotisering, de opkomst van kunstmatige intelligentie en andere informatietechnologie, op de arbeidsmarkt verschillende generaties raakt. Wel lijken er hele volksstammen bezig te zijn de vraag hoe robotisering laag-, middel- en hogeropgeleiden raakt.

Het wetenschappelijk onderzoek dat tot dusver is gedaan richt zich, niet op hoe robotisering de verschillende generaties raakt.

Martin Ford merkt in zijn boek Rise of the Robots wel op dat: “Some of the first jobs to fall to white-collar automation are sure to be entry-level positions taken by new college graduates.” Daarbij is het belangrijk om op te merken dat ‘college’ in de VS zo ongeveer tussen mbo-4 en hbo schommelt. Vervolgens geeft Ford een aantal voorbeelden, maar hij duikt niet echt in de mechaniek van wat hier aan de hand zou kunnen zijn. Dat ga ik nu echter wel proberen.

Voor het antwoord op die vraag is het wel handig om te kijken naar het onderzoek van de eerder genoemde volksstammen. Dat is namelijk vrijwel allemaal gebaseerd op een paper uit 2003 van David Autor et al die aangeeft dat het met name routinematige functies zijn die makkelijk geautomatiseerd kunnen worden. Naast de mate van routinematigheid maakt hij ook een onderscheid in cognitieve en manuele taken. In een schema ziet dat er ongeveer zo uit:

Routinematig werk Niet-routinematig werk
Cognitief Accountant (hoog risico op automatisering) CEO, kunstenaar (moeilijk te automatiseren)
Manueel Fabrieksarbeider (grotendeels geautomatiseerd) Schoonmaker (moeilijk te automatiseren)

Kort samengevat is de gedachte dus dat het nu routinematig cognitief werk is, dat aan de beurt gaat zijn. Ter illustratie: wat Autor eigenlijk zegt is dat het heel moeilijk is om bijvoorbeeld iemand in de schoonmaak te vervangen door een robot. Een schoonmaker moet veel verschillende taken doen in verschillende omgevingen. Dat is heel lastig om in programmeerregels te vatten. Terwijl het verwerken van bijvoorbeeld een belastingaangifte, wat in grote mate bestaat uit het invullen van vaste typen data, juist weer heel makkelijk in programmeerregels te vatten is en daarmee makkelijk te automatiseren valt.

Routinematig cognitief werk betreft met name banen die zich in het middensegment bevinden. Voor een deel is dat een bijzonder zinnige bewering. Voor een deel is dat tragisch kortzichtig. Het is namelijk een beperkte manier van naar bovenstaande typologie kijken. Een andere plek waar namelijk veel routinematig cognitief werk gebeurt zijn de startersfuncties voor zo ongeveer iedere kantoorbaan van middel- en hoogopgeleiden. Sterker nog, die bestaan volgens mij bijna geheel uit dergelijke taken.

De startende jurist, bedrijfskundige of fiscalist zal, als ze al in de beroepspraktijk aan de slag kunnen, toch met name het suffere routinematige werk doen dat een praktijk biedt. Iets dat hun de kans geeft om zich te bekwamen in andere aspecten van het werk, door mee te kijken en lopen bij meer ervaren collega’s.

Als mijn veronderstelling klopt dat startersfuncties in kantoren met name uit cognitieve routinematige functies bestaan, dan betekent dat dus nogal wat. Deze staan heel hoog op de lijst om geautomatiseerd te worden of worden dat mogelijk al. Dus wordt toegang tot de arbeidsmarkt voor tal van starters ontzegd.

Om het probleem voor starters te illustreren is een ander aspect van het standaard automatiseringsverhaal ook de moeite om nader uit te lichten. Dat standaardverhaal gaat ongeveer als volgt: routinematig werk zal verdwijnen (zie Autor). Creatief werk en ondernemerschap gaan daarom superbelangrijk worden in de economie van de toekomst. Dat betekent dat onderwijs zich veel meer daarop moet richten en veel minder op kennis.

Routinematig werk zal verdwijnen (Autor, 2003).

Dat is waarschijnlijk allemaal waar, maar volkomen zinloos indien je kijkt naar startfuncties. Om dit even nader te illustreren. Ik werk voor een universiteit en ben daar net gestart. Ik kan daar wel – superondernemend – alles anders gaan doen dan mijn vakgroepvoorzitter van mij vraagt, maar dan is mij niet echt een glansrijke carrière weggelegd. (Zelfs als ik op supercreatieve wijze uitleg waarom ik alles anders doe.)

En gelijk heeft hij. De niet zo leuke realiteit is dat startersfuncties helemaal niet gebaat zijn bij creativiteit en ondernemerschap. Sterker nog, creativiteit en ondernemerschap zullen mogelijk afbreuk doen aan je functioneren als starter. Dit om nader te illustreren dat een startersfunctie met name bestaat uit saai routinewerk, dat makkelijk te automatiseren is.

Wat jammer is, is dat totaal niet in te schatten is in hoeverre het vervangen van mensen door informatietechnologie nu al speelt. Er is geen nationale automatiseringsindex waaruit we kunnen opmaken dat startersfuncties in kantoren nu factor 7 geautomatiseerd zijn in tegenstelling tot factor 5 geautomatiseerd in 2003. We weten het gewoon niet.

De verleiding is aanwezig om de relatief traag dalende jeugdwerkloosheid ten opzichte van de economische groei, de hoge mate van underemployment, evenals het veel voorkomender worden van stages na de studie op z’n minst ten dele aan het automatiseren van startersfuncties te wijten. We moeten alleen niet vergeten dat we nog altijd herstellende zijn van de grootste economische crisis in recente geschiedenis. Wat ook best wel een dingetje is.

Potentiele schaarste van startersfuncties levert een bijzonder netelig probleem op. De vraag is eigenlijk hoe we, in deze nieuwe situatie, toegang tot de arbeidsmarkt kunnen blijven garanderen voor pas afgestudeerden. Grote bedrijven en instellingen lijken de oplossing al in handen te hebben met traineeships. Hier kunnen recent afgestudeerden zich in een redelijk veilige omgeving bekwamen in tal van vaardigheden die belangrijk zijn voor een bedrijf of instelling. Voor een doorsnee MKB, waar de meeste Nederlanders aan het werk zijn, is dat helaas absoluut geen optie.

De vraag is hoe we toegang tot de arbeidsmarkt kunnen blijven garanderen voor pas afgestudeerden.

Het is echter wel noodzakelijk dat er een manier komt waarbij jongeren op relatief goedkope wijze voldoende ervaring op kunnen doen om daadwerkelijk creatief en ondernemend aan de slag te kunnen. Ik acht het waarschijnlijk dat werkervaringsplekken (een plaats waar een jongere in een gereguleerde situatie tegen een geringe vergoeding werkervaring op kan doen) veel vaker voor zullen gaan komen. Werkervaringsplekken vergen nauwelijks coördinatie en zijn daarmee makkelijk uit te rollen. Daarnaast kan een bedrijf een werkervaringsplek eenvoudig veroorloven.

De werkervaringsplek, die ironisch genoeg bedoeld was als crisismaatregel, zou daarmee een vast onderdeel van de geautomatiseerde arbeidsmarkt kunnen worden. Wat je daar van vindt is dan weer een andere vraag.