Daan Dohmen vindt robotica eng

Een interview met de directeur van Focus Cura en zorgfuturist Daan Dohmen

Door – Sjoerd Wierenga

Inleiding

Deze zomer is Daan Dohmen, directeur van Focus Cura, benoemd tot lid van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Daarnaast is hij een zorgfuturist die op de bühne met regelmaat zijn visie deelt over de toekomst van de zorg. In dat kader vroeg ik hem naar zijn mening over robots, kunstmatige intelligentie en wat ze voor onze toekomst gaan betekenen. Ondanks dat zijn bedrijf niks met robotica doet vormt zich een beeld waarin Dohmen, en wellicht wij allemaal, met robotica in de zorg te maken gaat krijgen.

Opvattingen veranderen

Dohmen begon als zestienjarige als ‘assistent bejaardenzorg’. Hij zegt daarover dat hij “er niet aan moest denken dat een robot mijn werk over zou gaan nemen”. Vele jaren later is hij er nog niet gerust op: “Ik vind robots, kunstmatige intelligentie en wat daarmee samenhangt best wel eng.”.

“Ik moest er niet aan denken dat een robot mijn werk over zou gaan nemen.”

Desondanks ziet hij belangrijke ontwikkelingen. De manier waarop we als mens omgaan met technologie verandert: “Ik zie het bij mijn eigen kinderen die hele gesprekken voeren met Siri (de persoonlijke assistent van Apple, red.) en dat heel normaal vinden.”. Deze jonge generatie groeit er mee op, maar ook patiënten maken in toenemende mate gebruik van nieuwe technologie en zijn hierover positief. In gesprek met patiënten hoort Dohmen “dat ze de regie willen houden en dat technologie hen daarbij helpt.”.

De geschetste situaties zijn voor velen herkenbaar. De jongste generatie die zich omringt ziet door slimme apparaten, maar ook hun ouders en grootouders die steeds vaker de vruchten plukken van nieuwe technologie. Het raakt iedereen en we zijn er (grotendeels) positief over.

Robots en mensen naast elkaar

In verschillende rapporten wijzen onderzoekers op de potentiële risico’s van robotisering voor de arbeidsmarkt, zo ook voor de zorg. Dohmen erkent deze risico’s, maar stelt daar tegenover dat robotisering ook de potentie tot positieve gevolgen heeft voor de kwaliteit van arbeid: “We zien dat er veel administratief en repetitief werk gevraagd wordt die onder een enorme tijdsdruk moet plaatsvinden. Als een robot handelingen over kan nemen houdt de professional tijd over om vanuit een professionele houding écht aandacht te geven.”. De vraag is dan veel meer: “Hoe gaat technologie aan de kant van de patiënt samen leven en aan de kant van de professional samen werken?”.

Centraal in de antwoorden van Dohmen staat het principe van keuzevrijheid. Het vertrekpunt is daarbij de patiënt, wat wil hij of zij nou eigenlijk zelf? Dohmen: “De ene mens vindt het hartstikke fijn om door een robot geholpen te worden, terwijl anderen zeggen ‘van z’n lang zal ze leven niet’.”. Om deze keuzevrijheid te waarborgen leven en werken mens en machine naast elkaar. En dit kan best ver gaan, zo stelt de zorgfuturist.

Zo is hij het eens met de stelling ‘Over tien jaar lopen (nadruk op lopen) er robots in ziekenhuizen rond.’. Hij wijst daarbij op het Zuyderland Medisch Centrum, waar reeds (rijdende) robots aanwezig zijn. Binnen tien jaar een vervanger die kan lopen, het klinkt best aannemelijk. “Ze zullen aanwezig zijn, rondwandelen en zich mengen tussen de rest, dat lijkt me evident.”.

“Ze zullen aanwezig zijn, rondwandelen en zich mengen tussen de rest, dat lijkt me evident.”

Ook eens is hij het met de verregaande stelling dat robots en mensen bevriend gaan raken, al zij het met een genuanceerde definitie van vriend: “Niet samen naar de kroeg, maar we gaan een robot wel zien als bevriend in de zin van hulp en ondersteuning. Zoals een blindengeleidehond kan zijn voor een slechtziende.”.

Discussiepunten

Een wereld waarin mens en machine samen leven, werken en zelfs bevriend kunnen raken. Ik zie raakvlakken met de positieve benadering van een denker als Ray Kurzweil, die in zijn boek The Singularity is Near een verregaand, maar positief toekomstbeeld schetst. Aan de andere kant van het debat staan visionairs als Elon Musk en Stephen Hawking. Vragend naar zijn plek in dit debat blijkt dat Dohmen zichzelf niet direct een zijde toebedeeld: “Ik vind het allereerst belangrijk om te duiden wat de werkelijke stand van zaken is rondom robotica. Er hangt een grote waas van marketing omheen en het is van belang om hier eerst eens doorheen te prikken.”. De onduidelijkheid speelt zich volgens Dohmen met name af op het vlak van de autonomie: “Hoe autonoom zijn die robots nou daadwerkelijk en kunnen ze echt zelf beslissingen nemen? Het is heel belangrijk om zicht te krijgen op hoe ver we precies zijn en wat dit gaat betekenen.”.

Het is een nuchtere houding: eerst goed analyseren wat er aan de hand is alvorens stelling in te nemen. Het sec analyseren van de feiten is echter maar één zijde van dezelfde medaille, de andere zijde is die van de ethiek. Dohmen: “Daar zijn wij in Nederland natuurlijk goed in, en ik denk ook dat dit goed is, om het ethische debat ook met elkaar te voeren. Want wat vinden we er nou eigenlijk van? Wat is aanvaardbaar?”.

Een veld van de robotica waarin het debat over de ethiek snel op scherp wordt gezet is dat van robots die in interactie treden met mensen, de zogenaamde ‘social robots’. Een voorbeeld hiervan is robot Alice, onlangs geportretteerd in de documentaire ‘Ik ben Alice’ van de NCRV. In de documentaire wordt de vraag gesteld of een robot een menselijke band met iemand kan opbouwen en zelfs een mens kan vervangen. Ondanks dat de ontwikkelingen op het vlak van de ‘social robots’ doorzetten, horen we de kijkers van de documentaire zich bijna afvragen: “Maar wil ik dit wel?”.

Concluderend

Uit de antwoorden van Daan Dohmen blijkt een gematigd positieve houding. Om ons heen zien we dat jong en oud zich bewust of onbewust openstellen voor technologie. Binnen deze context schetst Dohmen een wereld waarin mens en machine samen leven, werken en mogelijk zelfs ‘bevriend’ raken. De robot kan de mens vervangen, maar alleen als de mens daarvoor kiest. Robotica en kunstmatige intelligentie kunnen de kwaliteit van arbeid verhogen, of in de woorden van Dohmen: “Nu moeten mensen zich nog wel eens gedragen als robots, vanwege regels en protocollen. Wellicht kunnen mensen, als we de repetitieve taken door robots uit laten voeren, weer meer mens zijn.”.

“Wellicht kunnen mensen, als we de repetitieve taken door robots uit laten voeren, weer meer mens zijn.”

Desondanks moeten we zeker niet afwachten. Het is van belang de situatie duidelijk in kaart te brengen en het maatschappelijke debat over het onderwerp met elkaar aan te gaan. Het laatste woord is in elk geval nog lang niet gevallen. Want ondanks dat velen de toekomst positief tegemoet zien, zijn er waarschijnlijk ook voldoende het met Dohmen eens dat de ontwikkeling van robotica en kunstmatige intelligentie best wel eng is.

Een geredigeerde versie van dit artikel is ook verschenen op zorgvisie.nl.